Ook benieuwd hoe de nieuwe website werkt? Lees hier meer over de werking ervan.


Buienradar Europa: klik hier

Aardbevingen Italië: klik hier

Toestand bergpassen: klik hier

Meer "weer" in Nederland: druk hier

Wind, Sneeuw, ...: klik hier

Advies onweer: klik hier


 

Zeven pelgrimskerken

Traditioneel rekenen we zeven kerken tot de pelgrimskerken van Rome.
Al deze kerken – of hun voorgangers – stammen uit de periode kort nadat keizer Constantijn in 312 de christenvervolgingen had laten stopzetten. Gebruikelijk was en is dat pelgrims hun tocht in Rome afsluiten met een bezoek aan deze zeven kerken.

Het zijn de San Pietro, de Santa Maria Maggiore, de San Lorenzo fuori le Mura, de Santa Croce in Gerusalemme, de San Giovanni in Laterano, de San Sebastiano en de San Paolo fuori le Mura. De kerken liggen soms op een flinke afstand van elkaar.


San Pietro

Sint Pieter

Paus Julius II legde in 1506 de eerste steen voor de huidige Basilica di San Pietro (Sint Pieter), nadat de onder keizer Constantijn gebouwde eerste Sint Pieter bouwvallig was geworden. De nieuwe basiliek werd 120 jaar later door paus Urbanus VIII gewijd.

Bramante was de eerste van tien architecten die aan de Sint Pieter gewerkt hebben. Omdat hij veel kunstschatten uit de oude basiliek sloopte, gaf zijn opvolger Rafael hem de bijnaam ruinante, dit betekent ‘sloper’.

De basis voor de kerk was voor Bramante een Grieks kruis en een platte koepel. Dit plan werd later enkele keren gewijzigd. Uiteindelijk is het een Latijns kruis geworden.
De kenmerkende hoge koepel danken we aan Michelangelo.
Als laatste werkte Bernini aan de Sint Pieter. Van zijn hand is ook het idee voor de uitvoering van het huidige Sint Pietersplein met zijn colonnades, die de gelovigen lijken te omarmen.

Het interieur van de Sint PieterOude Sint Pieter

Het interieur is overweldigend door zijn kolossale afmetingen en de overvloed aan kunstwerken, waarvan alleen de belangrijkste hier genoemd worden. Nadat je de kerk binnengegaan bent zie je geheel rechts Michelangelo’s Pietà, misschien wel het mooiste kunstwerk in de Sint Pieter, beschermd achter een glazen wand.

Dichtbij het altaar staat het beroemde beeld van Petrus, waarvan de teen afgesleten is door de kussen van de talloze pelgrims. Boven het pauselijk altaar, waaraan alleen de paus zelf de mis mag celebreren, rijst het 29 meter hoge baldakijn op, een schepping van Bernini. Het brons is afkomstig van het dak van het Pantheon. Achter het altaar bevindt zich de cathedra (troon) van Petrus, die door Bernini in een uitbundig geheel werd opgenomen. Heel bijzonder is de oplichtende duif, het symbool van de Heilige Geest, boven de cathedra.Pieta-Michelangelo
Links en rechts van de cathedra zijn enkele van de mooiste grafmonumenten te zien: links dat voor Paulus III; rechts dat voor Urbanus VII. Andere grafmonumenten die je niet mag missen zijn die voor Clemens XIII (verder naar rechts), Alexander VII (even ver naar links) en Innocentius VIII (eveneens naar links, maar veel dichter bij de uitgang).
Dichtbij het beeld van Petrus is de ingang tot de Grotte Vaticane, de onderaardse ruimte onder de Sint Pieter. Hier liggen veel pausen begraven, waaronder ook recente zoals Johannes Paulus II en Johannes XXIII.

Beklimming van de koepelVanaf koepel Sint Pieter

Heb je geen last van hoogtevrees en wil je een goed idee krijgen van de grootte van de Sint Pieter, sluit je dan aan bij de rij buiten de basiliek. Er gaat een lift tot aan het dak, maar de tweehonderd treden in de koepel moet je in ieder geval zelf doen.

Kerkschat

Vanaf de voorgevel gezien net voor het linker transept bevindt zich onder het monument voor Pius VIII de ingang naar de kerkschat (tesoro). Deze werd herhaaldelijk geplunderd, maar er werden ook steeds weer nieuwe kostbaarheden geschonken.
Sommige stukken stammen nog uit de oude Sint Pieter, zoals de gouden haan die paus Leo IV in de negende eeuw op de basiliek zette en die naar men meende zou kraaien als ‘de jongste dag’ aanbrak.
Ook de Colonna Santa, de zuil waartegen Christus leunde tijdens zijn discussies met de schriftgeleerden in de tempel van Jeruzalem, komt uit de oude Sint Pieter.


Santa Maria MaggioreSan Maria Maggiore

Over de bouw van de Santa Maria Maggiore (Basiliek van Maria de Meerdere) bestaat een poëtische legende: op 4 augustus 352 verscheen de Heilige Maagd in een droom tegelijkertijd aan paus Liberius en Giovanni Patrizio, een rijke christen, om hen aan te sporen een kerk ter ere van haar te bouwen. De plek waar de kerk gebouwd moest worden, zou door sneeuw aangegeven worden.
De volgende ochtend zagen beiden dat het inderdaad midden in de zomer had gesneeuwd. De sneeuw gaf precies het grondplan van de te bouwen kerk aan. Dit wonder wordt elk jaar op 5 augustus herdacht. Tijdens de mis worden dan witte bloemblaadjes vanuit de koepel omlaag gestrooid.
Deze legende in het voorportaal wordt uitgebeeld op de mozaïeken uit de dertiende eeuw. Overdag zijn ze niet zo goed te zien, maar na zonsondergang worden ze fraai verlicht.

Interieur
Van de vier patriarchale basilieken heeft de Santa Maria Maggiore het best zijn middeleeuwse interieur bewaard. Het basisontwerp is van Giovanni Paolo Panini. In het middenschip zijn schitterende mozaïeken uit de vijfde eeuw te zien die verhalen uit het Oude Testament uitbeelden. De mozaïeken op de triomfboog zijn moeilijker te zien. Zij stammen uit dezelfde tijd, evenals die in de apsis. Deze mozaïeken werden echter in de dertiende eeuw gewijzigd toen de apsis verbouwd werd.
Tot de weinige latere toevoegingen behoort het cassetten plafond van Sangallo. Het is verguld met het eerste goud dat Spanje uit de Nieuwe Wereld ontvreemde: een geschenk van de Spaanse koning Ferdinand. Ook de grote, weelderige kapellen links en rechts voor het koor zijn van later datum. De rechter kapel is de grafkapel van paus Sixtus V (1585-1590); de linker die van paus Paulus V (1605-1621). Hier vereren de gelovigen een icoon van de Moeder Gods met Kind, dat door een engel geschilderd zou zijn. Verder is er onder meer een groot beeld van paus Pius IX, in gebed verzonken voor het belangrijkste relikwie van de basiliek: stukjes hout van de kribbe van Bethlehem.

Rondom de basiliekSan Giovanni in Laterano interieur

Dichtbij de Santa Maria Maggiore staan twee kleine kerken met interessante mozaïeken. De Santa Pressede staat aan de Via Santa Pressede, vlakbij de voorzijde van de basiliek. In het koor is een groot negende eeuws mozaïek met Byzantijnse en Karolingische invloeden. Heel anders van stijl is het mozaïek in het koor van de Santa Pudenzia. Dit levendige puzzelstuk opgebouwd uit stukjes glas en geglazuurd aardewerk uit het begin van de vierde eeuw behoort tot de oudste van Rome.
Helaas zijn bij een verbouwing in 1589 enkele van de figuren van het mozaïek verdwenen. De Santa Pudenzia staat aan de Via Urbana, de tweede straat links als je met je rug naar de achterzijde van de Santa Maria Maggiore staat.


San Lorenzo fuori le MuraSan Lorenzo exterieur

De Sint Laurens buiten de muren is genoemd naar een van de bekendste en meest vereerde vroegchristelijke martelaren. Hij was een aartsdiaken die in het jaar 258 de marteldood stierf. Volgens de overlevering werd hij verbrand op een rooster.
Omdat steeds meer pelgrims bij zijn graf kwamen bidden, liet keizer Constantijn hier een kerk bouwen. Om de nog steeds wassende stroom pelgrims het hoofd te bieden kwam paus Honorius III (1216-1227) met een originele oplossing. Vlakbij de Sint-Laurentiusbasiliek werd later nog een kerk gebouwd, met de apsis naar die van de Sint Laurens gekeerd. Honorius liet beide apsissen afbreken en de kerken samenvoegen tot de huidige Sint-Laurentius.

InterieurSan Lorenzo interieur

Je komt binnen door de aanvankelijk aan Maria gewijde kerk. De kerk heeft een bijzonder vloer, het zogenoemde cosmatenwerk. Cosmaten waren in de late middeleeuwen specialisten in het aanbrengen van geometrische versieringen van ingelegd marmer in verschillende kleuren. Ook vind je er twee bijzondere preekstoelen en een paaskandelaar.
Op de scheidslijn van beide kerken is een triomfboog met mozaïeken uit de zesde eeuw. Deze bevond zich vroeger boven de gesloopte apsis van de Sint-Laurentius-basiliek. Hier is duidelijk te zien dat twee kerken zijn samengevoegd: de vloer van de oorspronkelijke Sint-Laurens ligt hoger.
Sint Laurens ligt begraven in de crypte onder het altaar, samen met twee andere martelaren: Justinus (gestorven rond het jaar 165) en Stefanus, de eerste christelijke martelaar. Onder het koor van de basiliek is de graftombe van Pius IX en rechts aan de achterzijde van de kerk is een mooie kloosterhof.


Santa Croce in GerusalemmeSanta Croce exterieur

Volgens de overlevering vond Helena, de moeder van keizer Constantijn, in het Heilige Land het ware kruis. Ze nam een stuk daarvan mee naar haar paleis, dat later werd omgebouwd tot een kerk. Bij een verbouwing in de twaalfde eeuw kreeg deze kerk een campanile, een klokkentoren en een vloer met cosmatenwerk. Eind achttiende eeuw werd een rococo voorgevel en een ovale vestibule toegevoegd.
De trap rechts in het middenschip leidt naar de Cappella di Sant’Elena met zijn fraaie renaissance mozaïek. Het beeld van St. Helena in de kapel stelde aanvankelijk de Romeinse godin Juno voor.
De trap links in het middenschip voert naar de Cappella della Croce, waar stukjes hout van het Ware Kruis bewaard worden, samen met een groter stuk hout van het kruis van de goede moordenaar en de vinger die Thomas in de zij van Christus stak.


San Giovanni in LateranoSan Giovanni in Laterano exterieur

De San Giovanni in Laterano (Sint Jan van Lateranen) is de eigenlijke kathedraal van Rome, omdat hier de cathedra of stoel van de bisschop van Rome stond. Daarom wordt hij ‘Moeder en Hoofdkerk van alle kerken van de stad en van de wereld’ genoemd. Tijdens de middeleeuwen werden hier vijf concilies gehouden, maar ook het infame proces waarbij Stefanus VI in 896 zijn overleden voorganger Formosus liet opgraven en ‘verhoren’. Totdat de pausen in 1309 de wijk namen naar Avignon was het Palazzo Lateranense de belangrijkste residentie van de paus. Pas na de terugkeer uit Avignon in 1377 kreeg het Vaticaan deze functie.
De basiliek werd meermalen verwoest en hersteld. Het huidige gebouw stamt daardoor grotendeels uit de baroktijd en de achttiende eeuw. Links voor de ingang staat een beeld van keizer Constantijn. De bronzen deur in het midden hing oorspronkelijk in het Huis van de Senaat aan het Forum Romanum.

InterieurSan Giovanni in Laterano interieur

Binnen zijn het vergulde plafond en de vloer met cosmatenwerk de moeite waard. Ongeveer halverwege het middenschip rechts het monument voor paus Sylvester II. Het verhaal gaat dat zijn graf gaat zweten en met de botten rammelen als het laatste uur van een paus heeft geslagen.
Boven het pauselijk altaar zijn de zilveren reliekhouders te zien, die de hoofden van Petrus en Paulus zouden bevatten. Verder is hier een fraai bronzen graf van paus Martin V. De inwoners van Rome leggen bloemen en kleingeld op dit graf, omdat dit geluk zou brengen. Voorbij het pauselijk altaar kun je links naar de kloosterhof met prachtig cosmatenwerk.

Rondom de basilicaSan Giovanni in Laterano kloostergang

Rechts achter de basiliek staat de moeder aller doopkapellen. Zijn achthoekige vorm is overal in Italië overgenomen, maar hier niet goed meer te zien omdat er later kapellen aan vast gebouwd zijn. Enkele daarvan bezitten heel mooie mozaïeken uit de vijfde tot zevende eeuw.
Links aan de overkant van het voorplein van de St. Jan staat de Scala Santa. Volgens de traditie stamt deze heilige trap uit het paleis van Pilatus. Pelgrims beklimmen deze trap op hun knieën. Bovenaan de Scala Santa bevindt zich het Sancta Sanctorum (het Heilige der Heilige). Door de tralievensters van deze privé kapel van de paus kun je een glimp opvangen van het schitterende cosmatenwerk en van een icoon van Christus dat door engelen geschilderd zou zijn.


Basilica di San Sebastiano fuori le MuraSan Sebastiano

Net als Sint Laurens behoort Sint Sebastiaan tot de meest vereerde vroegchristelijke martelaren. Hij was een jong officier in de keizerlijke lijfwacht. Tijdens het bewind van keizer Diocletianus (284-305), toen de christenvervolgingen het hevigst waren, werd hij voor het gerecht gebracht. Als militair werd zijn doodvonnis voltrokken door beschieting met pijlen.
Toen Irene, een vrome weduwe, de voor dood achtergelaten martelaar wilde begraven bleek deze nog te leven. Ze nam hem mee naar huis om hem te verplegen.
Na zijn herstel ging Sebastiaan naar keizer Diocletianus om deze zijn christenvervolgingen te verwijten. De keizer liet hem grijpen en doodknuppelen. Zijn lichaam werd in de Cloaca Maxima (het hoofdriool) gegooid. De christenen begroeven hem daarna in de later naar hem genoemde catacomben (Catacombe di San Sebastiano) aan de Via Appia Antica.

Basiliek en catacomben

In de vierde eeuw werd een basiliek gebouwd boven de catacomben van St. Sebastiaan. In 1612 werd deze vervangen door een nieuwe, die kunsthistorisch niet bijzonder is. Veel interessanter zijn de catacomben van San Sebastiano en in de omgeving vooral die van San Callisto en van Domitella. Dit zijn de drie belangrijkste catacomben in Rome. Ze geven een beeld van de aller-vroegste christelijke kunst, toen het christendom nog een ondergrondse beweging was. Bezichtiging is alleen mogelijk met een gids.
Anders dan de meeste catacomben zijn die van St. Sebastiaan altijd een pelgrimsoord gebleven. Daardoor is er ook veel meer leeggeroofd door relikwieënrovers.


San Paolo fuori le MuraSao Paulo exterieur

De vermoedelijk in 324 gewijde Sint-Paulusbasiliek (Basilica di San Paolo fuori le Mura) bleek al snel te klein voor de grote toestroom van pelgrims. De eind vierde eeuw uitgebreide basiliek was destijds de grootste en mooiste van de vier patriarchale basilieken.
In de achtste eeuw werd het heiligdom verwoest door de Longobarden; een eeuw later door de Saracenen. Beide keren werd het kerkgebouw direct weer hersteld.
In 1823 ging de basiliek grotendeels in vlammen op door de nonchalance van bouwvakkers die op het dak bezig waren met hete teer. Bij de herbouw bleef het oorspronkelijke grondplan behouden, maar het transept en de apsis ondergingen radicale veranderingen.

InterieurSao Paulo interieur

Rechts van de hoofdingang is de Heilige Deur die de brand overleefde. Hij werd in de elfde eeuw in Constantinopel vervaardigd. Het interieur, dat uit vijf schepen bestaat, bezit de grandeur van vroegchristelijke basilieken. De dubbele rijen zuilen zijn uit een stuk graniet gehouwen. Op de muren van het middenschip staan de portretten van alle pausen. Een Romeinse traditie wil dat de wereld zal vergaan als er geen plaats meer is voor nieuwe portretten. Als dat zo is hebben we nog zeven pausen te gaan.
Rond het altaar bleven een aantal kunstschatten behouden, zoals het gotische baldakijn boven het altaar, de dertiende eeuwse mozaïeken in de apsis en de vijfde eeuwse in de triomfboog daarboven. Heel bijzonder is de enorme paaskandelaar, die helemaal met beeldhouwwerk versierd is.
Via het rechter transept bereik je de kloosterhof, met schitterend cosmatenwerk, vergelijkbaar met dat bij de Sint Jan van Lateranen.