Verlofdagen in Europa: klik hier


Buienradar Europa: klik hier

Aardbevingen Italië: klik hier

Toestand bergpassen: klik hier

Wind, Sneeuw, ...: klik hier

Advies onweer: klik hier


 

NB50 Parlare l’italiano 25

door Leo Baeten

Arrivederci o ciao?

Ik pelgrimeerde meerdere keren naar Rome en ging van Italië en de Italianen houden. Mijn liefde ging zo ver dat ik weer in de schoolbanken aanschoof om Italiaans te gaan leren. Van deze cursus “Italiaans voor beginners” herinner ik me dat we meteen voor de leeuwen gegooid werden: de leerlingen moesten zich aan elkaar in het Italiaans voorstellen. Pedagogisch heel verantwoord! We leerden elkaar immers kennen én de tot spaghetti en pizza beperkte woordenschat werd meteen uitgebreid. “Come si chiama?” kwam er zonder haperingen uit alsof we de taal van Dante vloeiend spraken. Even vloeiend was het antwoord: “Mi chiamo…”. Maar de leergierigen onder ons kwamen direct met de vraag waar het persoonlijk voornaamwoord gebleven was. Nou, dat bleek in het Italiaans maar zelden gebruikt te worden. En de grootste slimmerik vroeg waarom een wederkerig werkwoord gebruikt werd. Geduldig legde de docent uit dat anders dan in het Nederlands in het Italiaans sommige werkwoorden wederkerig zijn. Als Limburgers begrepen we dat meteen. In ons dialect zeggen we immers, als we naar iemands naam vragen: “Hoe schrijft hij zich?”. Al met al leek het op die eerste les wel alsof we perfect Italiaans spraken, maar tevens werd duidelijk dat voor “parlare l’italiano” nog veel geleerd moest worden.

De kennis van het Italiaans heeft me op mijn pelgrimstochten enorm geholpen om onderdak te regelen, de weg te vragen of een gesprek aan te knopen in eenzame momenten. Bij het afscheid nemen vroeg ik me altijd af wat ik tegen mijn gesprekspartner moest zeggen: “ciao” of “arrivederci”. Op de cursus had de docent uitgelegd dat je “ciao” zegt tegen vrienden en “arrivederci” gebruikt in een formele situatie. Maar wat doe je nu als je gezellig hebt zitten keuvelen met een on­bekende? Neem je familiair afscheid of zeg je toch maar “arrivederci”? Ik koos voor de zekerheid altijd voor het laatste. Overigens is het grappig om te weten dat waar “ciao” nu als een hele informele groet geldt, het vroeger heel anders was. “Ciao” gaat feitelijk terug op het Venetiaanse dialectwoord “sciao” (slaaf). In het Venetië van de 18e en 19e eeuw werd het woord gebruikt om iemand op een hele beleefde, bijna onderdanige manier te begroeten. Feitelijk zei men: “ik ben uw slaaf, uw dienaar”. Zoals het met een taal vergaat, verspreidde in de 20ste eeuw het woord “ciao” zich vanuit Venetië gaandeweg over heel Italië en werd het via de vele Italiaanse migranten wereldwijd een universeel woord in amicale begroe­tingen.

In de afgelopen jaren heb ik onder de titel “parlare l’italiano” vierentwintig stukjes geschreven over Italië en de Italianen. Met pelgrimeren hadden die verhaaltjes weinig of niets uit te staan, maar het is goed om ook iets over het land te weten waar je langere tijd te gast bent. Maar aan alle moois komt een eind. Het leek me goed om de vijfentwintigste aflevering als het eindpunt te beschouwen. Daarom wil ik tegen de lezers zeggen : “ciao e tutto bene!”. Het zij me vergeven als ik “arrivederci” had moeten gebruiken.