Decamerone vertelling 31 tot 35

Vertelling 35 dinsdag 28 april

Gastvrijheid

door Hans en Hermine Wilmink

 

In 2015 liepen Hermine en ik naar Rome. Wij liepen via Duitsland en Zwitserland. In Zwitserland hadden wij de Gotthardpas genomen en na Pavia name wij de Via Francigena. Op dag 62 van onze wandeling liepen wij van Fidenza naar Medesano, een etappe van ca 26 km. Hieronder volgt de beschrijving van die dag.

 

Het bliksemt! Een aantal tellen later komt de donder. Het is inmiddels al gaan regenen. Wij lopen uit het dal omhoog naar boven waar een eenzame boom staat. Ik zeg tegen Hermine: ‘dat huis daar, daar gaan wij schuilen. Het is mij veel te gevaarlijk om hier te blijven!’ Het huis staat ongeveer honderd meter rechts van de boom op de top. Via de kortste weg gaan wij erheen. Er zijn mensen binnen. Een oudere man doet open en wij vragen of wij achter ergens mogen schuilen. Dat kan. Op het moment dat hij ons de weg wil wijzen naar de schuur, komt de boer met de sleutels. De boer neemt ons mee naar het achterhuis van de boerderij. Deze is ingericht tot een grote en chaotische keuken met een grote tafel. Een groot aanrecht, diverse koelkasten en vriezers, wasmachine, veel nog niet opgeruimde, maar schone vaat, natuurlijk een grote tafel, etc. Hier wordt gekookt voor een grote familie.

De boer, Giovanni en zijn vrouw vragen wat wij willen drinken. Water. Later vraagt hij of ik bier wil. Nee, dit is nog te vroeg. Het gesprek gaat in het Italiaans en gaat over ons, de boerderij, de familie, de kinderen, kleinkinderen. Het is vandaag feestdag vanwege Maria ten hemelopneming. Giovanni komt uit een gezin van tien kinderen. La mama is er ook. La mama heeft inmiddels meer dan twintig kleinkinderen. Iedereen komt vandaag voor een gezamenlijke maaltijd aan het einde van de middag. 

Giovanni is een vrolijke man met glimmende ogen. Tussen de vijftig en zestig, tanig, gekleed in een oude blouse en korte broek. Het lijkt of hij net van het melken terug is. Hij melkt rond de zestig koeien, maakt parmezaanse kaas en werkt zeven dagen in de week. Melken alleen al is tweemaal twee uur. De tafel wordt geserveerd. Wij kunnen parma-ham met meloen eten. Met brood en parmezaanse wijn. En ingemaakte paprika’s. Het smaakt heerlijk en de wijn vloeit. De volgende fles gaat ook open. Na afloop is er natuurlijk koffie en een digestief. Eigen gemaakte notendrank, ijskoud geserveerd. 

 

Het is in inmiddels droog geworden. De zon schijnt. Wij nemen afscheid en bedanken Giovanni en zijn vrouw hartelijk voor hun gastvrijheid. Wij beloven hen een kaart te sturen van onze aankomst in Rome. Dit waren zulke lieve mensen. Een en al gastvrijheid en ook tijd dat zij voor ons namen. Ook dit is Italië. Mensen die volledig in het moment leven.

 


Vertelling 34 Koningsdag 27 april

Per fiets of te voet: nat word je evengoed….

door Peter Molog

 

In 1981 ontdekte ik dat er een wandelroute liep van Bergen op Zoom naar Nice. De GR5 begon destijds bij de uitspanning Klavervelden, ten oosten van Bergen op Zoom. Voor mij bekend terrein want ik had jaren in Bergen op Zoom gewoond.

Ik besloot in etappes naar Nice te gaan lopen. Dat deze route jaren later op de site van een vereniging voor pelgrims zou worden genoemd, had ik toen niet kunnen bedenken.

 

27 juni 1982 – Ergens boven Saint-Gingolph – Chalets de la Bosse

Nog maar net op weg of het begint te regenen. De regen, uw trouwe kameraad.

Niet ver van Novel is een man een goot aan het graven over de weg. Anders stroomt al het regenwater over de weg en kan veel schade worden aangericht. In het café in Novel staat de centrale verwarming aan, zo droog je snel op. De mensen in het café vinden me “courageux“, volgens mij is het gekte.

Na de koffie nog een twee kilometer verharde weg. Dan gaat het klimmen echt beginnen, via de geitepaden de bergen in. Regen en droogte wisselen elkaar af. Haastig eten tijdens een kort moment van droogte.

Dit eerste stuk in bergen is al tekenend voor wat de Alpen verder zullen zijn. Een pad dat goed is uitgesleten, zodat het goed te volgen is; even later geen spoor van een pad zodat met kaart en kompas de richting moet worden bepaald. Al met al gaat het gestaag omhoog. Een week in Jura lopen is toch wel een goede voorbereiding op de Alpen.

 

Een glijpartij en nog een glijpartij

Op de eerste col is het droog. De afdaling gaat door een soort model Alpendal. Groen, leeg, een koe. Er boven een loodgrijze lucht. In de refuge van de Chalets de Bise eet ik een uitstekende kaasomelet met brood. Het is melkenstijd. Zowel koeien als geiten worden gemolken. Een opmerkelijk verschil tussen koeien en geiten; de koeien komen allemaal naar de stal om gemolken te worden, de geiten blijven gewoon waar ze zijn en er loopt een vrouw met een melkemmer alle geiten af.

De weg naar de Pas de la Bosse is stil. Ik ben nog de enige die aan het eind van de middag omhoog gaat. Boven op de pas is het gras groen. Als uitzicht zijn er de woeste wolken.

Eenmaal de pas over gaat alles fout. Het pad houdt op. Het begint hard te regenen. Het gras is nat en glad. De regencape biedt wel bescherming, maar zo nu en dan komt er toch een gulp regenwater naar binnen. Op de steile helling hebben de koeien het gras kapotgetrapt. Op die plaatsen is nu een soort plas van oranje gladde modder. Het wordt een soort struikelen naar beneden. Een glijpartij, een glijpartij, modder, regen, een glijpartij, modder, regen. In een verkeerde stap loopt de gele blubber de ene schoen in. Even later is de andere schoen aan de beurt. Schuilen kan niet meer. Er is volgens de gids hier ergens een “abri précaire”, maar die biedt geen beschutting. Het dak is vrijwel geheel verdwenen.

Als ik de plek nader waar ik de tent neer wil zetten wordt het droog. In een drinkbak haal ik de ergste modder van de regencape en de schoenen af. De avond is droog, maar niet aangenaam.

 

4 juni 2015 Bolsena – Trevignano Romano

Dit jaar fiets ik Emo’s route naar Rome. Thuis achter mijn PC heb ik de route zo goed mogelijk in kaart gebracht. Maar er is op een aantal trajecten nog verkenningswerk te doen, 4 juni is zo’n dag.

Ik rijd al om een uur of zes weg van de camping. De oude kraterwand is aan deze kant van het meer hoger dan waar ik gisteren afdaalde. Het is ruim 250 meter klimmen naar Montefiascone. Tijd om te ontbijten.

Na een langzame afdaling over een rustige weg moet ik even een druk stukje weg nemen, maar het laatste stuk naar Viterbo gaat weer rustig, deels over gravel. In Viterbo besluit ik Emo’s route te verlaten. Ik heb niet de puf om nog een kraterrand te beklimmen. Direct buiten de bebouwde kom duik ik een holle weg in. Merkwaardig, uitgehakt in de zachte rotsen. En dat kilometers lang. (Later heb ik het uitgezocht dat het vermoedelijk is aangelegd door de Etrusken, maar de functie is niet geheel duidelijk.)

Ik kom weer op een gravelweg uit. Om een stuk drukke weg te vermijden, moet ik ergens een doorsteek maken naar de provinciale weg Sp11. Tijdens de voorbereiding van dit deel van de route stuitte ik op veel problemen. Een weg op Openstreetmap die ineens ophoudt. Op Google-maps bestaat de hele weg niet, maar op de Google-satelite lijkt er wel een weg te zijn. Maar dat doorsteekje naar de SP11 lost in principe alles op. Als ik de kaart moet geloven is het een pad met een bruggetje over een riviertje.

Als ik teveel naar het oosten draai, weet ik dat ik fout zit. Ik fiets terug en zie een half overwoekerd pad naar rechts. Dit moet het zijn. Platgereden klei en voetbalgrote ronde keien. Langzaam slinger ik naar beneden. En dan zie ik ineens het riviertje dat ik over moet steken. De brug die er zou zijn, is er niet. Ik maak de afweging: Er doorheen fietsen, of schoenen uit en waden.

Ik neem de gok. Neem een aanloopje en rijd het water in. Bijna aan de overkant, zakt mijn voorwiel weg en sta ik stil. Tot aan mijn kuiten in het water. Het water loopt mijn schoenen in. Maar doorsteekje klopt, en ik kom uit op de SP11.

 

Conclusie: wandelen of fietsen, schoenen vol water

Twee reisverslagen. De ene van een gelopen tocht. De andere van een gefietste tocht.

En op beide dagen sta ik met de schoenen vol water.

Ach, het verschil tussen wandelen en fietsen is niet zo groot.

 


Vertelling 33 zondag 26 april

Een onervaren pelgrim

door Han Duindam

 

Eigenlijk ben ik geen loper. En echt getraind ben ik ook niet. Als yogaleraar doe ik meer aan het ontspannen dan aan het trainen van spieren.
Maar 1½ jaar na het overlijden van mijn vrouw wilde ik er eens echt tussenuit. Het laatste waar ik behoefte aan had waren groepen mensen. Ik besloot daarom een pelgrimstocht te lopen. De keuze viel op de Franciscusroute, omdat me verteld was dat die zoveel mogelijk over bergpaden ging en dat je – als je geluk/pech had – hooguit één of twee anderen op je weg zou tegenkomen.
Gezien mijn leeftijd (74) wilde ik het niet al te gek maken; de halve route was voor mij genoeg. En zo ging ik in mei welgemoed in m’n eentje op pad van Florence naar Assisi. Met de laatste editie van de Franciscaanse Voetreis als leidraad en de GPS-app op mijn smartphone; de  bagage beperkt tot zeven kilo. Ik wist dat je in mei een flinke regenbui kon verwachten, maar ik dacht in mijn naïviteit dat een regencape van twee euro het toch wel een uurtje uit zou moeten kunnen houden.

De eerste dagen waren zwaar, maar te doen. De vierde dag van Stia naar Camaldoli wist ik dat er kans op noodweer was, maar dat leek nog ver uit de buurt. Ik had overnachting afgesproken bij een rifugio die bereid waren me op te halen zowel vanaf de Hermitage boven op de berg, alsook vanaf Camaldoli Dorp, vier kilometer verderop.
In de loop van de middag brak een noodweer los zoals ik zelden heb meegemaakt. Mijn eerstvolgende markeringspunt was “Croce Gaggi”. De GPS-app werkte naar mijn smaak niet goed (ik ben daar niet handig in); dus die had ik even uitgezet. Maar geen nood: ik kon nu doorlopen tot ik een kruis langs de weg zou zien. Maar het stortregende zo dat ik geen tien meter ver zag en m’n vingers verkleumden tot op het bot.

Na een klein half uur lopen nog steeds geen kruis gezien en ik begon te vrezen dat ik iets gemist had.  Door en door verkild, niet wetende waar ik precies zat, geen sterveling te zien en te stijve vingers om de smartphone te bedienen, toch maar teruggelopen.

Doodmoe, maar ik wist één ding: als je nu gaat zitten kom je niet meer overeind en kunnen ze je morgen opvegen. Ik moet bekennen dat ik in m’n wanhoop ook even gehuild heb. En toen schoot door m’n hoofd wat ik een paar weken eerder bij m’n meditatieuurtje gelezen had: Als je het je beschermengelen echt vraagt, dan krijg je altijd hulp. Dus ik vroeg de engelen en de spirit van m’n overleden vrouw: Als ik hier dood moet gaan, o.k., maar als ik mag blijven leven dan moeten jullie nu helpen.

 

Per direct werd ik glashelder, bleek ik vlak bij een bord te staan met een rode stip en Croce Gaggi erop; ik realiseerde me dat Croce niet alleen kruis, maar ook kruispunt kan betekent. En aan de overkant van de weg vond ik twee bordjes: “Sacro Heremo één uur lopen” en “Rifugio Asqua één uur lopen”. Ik koos voor het  laatste en toen was het in de stromende regen nog anderhalf uur door de zware leem zompen voor ik daar aan kwam. Een grote kachel om me te verwarmen en alles te drogen. Ik heb me nog nooit zo opgelucht en verwend gevoeld. Nog een hele dag duurde het noodweer in die hevigheid en m’n gastvrouw verbood me uitdrukkelijk om verder te gaan.

De daarop volgende twee weken bleef het slecht weer en ik leerde dat je altijd zeiknat wordt, als het niet is door de regen, dan wel door het zweet. Weinig van de natuur genoten maar volledig geconcentreerd op mezelf en de eerstvolgende meters die te gaan waren. Erg genoten van de enorme gastvrijheid die er op elke overnachtingsplaats was.
Een paar dagen verderop ging het gerucht dat een paar Amerikanen (ik was ze eerder tegengekomen; ze waren een half uurtje op mij vooruit) in het noodweer naar de Sacro Heremo gegaan waren, daar niemand thuis getroffen hadden en de volgende dag linea recta het vliegtuig naar een zonbestemming hadden genomen.


Vertelling 32 zaterdag 25 april

Een dankgedicht voor een bijzondere overnachting

door Ton Verschelling

 

Maandag 4 juli 2016.
Iets buiten Ballaygues (Zwitserland) ontmoet ik een niet zo jong stel met in een fietswagentje (ook  voor handbediening) twee kleintjes. We maken een praatje en ze lopen een eindje met me op. Ze wonen in Lausanne en inderdaad, dit is hun oppasdag. De man reageert enthousiast wanneer hij van mijn tocht hoort en biedt spontaan aan dat ik bij hun in Lausanne kan logeren! Dat is nog eens een aanbod!
Ze heten François en Beatrice.

 

De volgende dag kijk ik vanuit hun huis met groot balkon over de oever van het Meer van Genève. Vóór mij: spiegelglad water. Mussen. Rechts: de bocht waarin Lausanne ligt. Achter mij een brede laan met (nog) niet veel verkeer en mooie bomen. Aan de overkant: Evian. Niet koud, geen wind. Ik zie het voor het eerst! Zeker een uur sta ik op dat enorme balkon, terwijl François in de keuken bezig is. Het is een groot meer, zoals het Gardameer, maar dan nog groter, bergen aan de overkant, lang en smal.

Veertien uur was ik te gast bij François en Beatrice, hun dochter Laura en schoonzoon Miguel. François en Beatrice, beiden classicus (!), (net als ik); hij aan de universiteit van Lausanne, zij aan een middelbare school. Laura heeft musicologie gestudeerd en is nu onderzoeker. Miguel is (in Spanje) opgeleid als architect en werkt nu als opzichter in de bouw.
Het is een groot appartement, vol met allerhande spullen. Aan muziekinstrumenten tel ik twee piano’s, een keyboard, een bas, een basklarinet en trompet (beide aan de muur). Muziek- en andere  boeken. Deuren van sommige kamers gecapitonneerd.
Ze hebben nog een zoon, vader van de twee kleintjes met wie ik hen wandelend tegenkwam en een dochter.

François en Beatrice zijn beiden een paar jaar met pensioen. Hij vertaalt nu een comedieschrijver, Caecilius Statius (2de eeuw B.C.), van wie alleen fragmenten over zijn.

Terwijl de wasmachine draait, schrijf ik een gedicht.

De maaltijd bestaat uit sla met stukjes tonijntartaar, spaghetti bolognese en aardbeientaart met ijs. Daarna lees ik aan tafel het gedicht voor:

 

 Pour Béatrice  et François,

 Pour un pèlerin comme je suis
c’est pas toujours facile,
de trouver un lit pour la nuit,
un temporel domicile.

 

Le plupart des logis est chère,
est fermé ou même disparu.
Et la seule chose que je désidère,
c’est: dormir et ne pas plus.

 

Hier matin je rencontre un couple
[les petits-enfants dans un “mobile hotel”]
qui m’ invitent de loger à Lausanne,
pour moi un cadeau du ciel.

 

Les endroits sont ici agréable,
“Delices”, “Loisir” , “Elysées”,
et l’appartement incroyable:
livres, musique et beauté !

 

 Le fin de ma route sera Rome,
mais la route soi-même est mon but.
Culture et nature m’interessent,
les montagnes, que j’ai  rarement vu.

 

Mais la vraie raison d’mon voyage,
ce sont des gens comme vous:
gens hospitaliers et sages,
à vous je dis: merci beaucoup!

 

 Lausanne, 5 juli 2016

Ton Verschelling
Pays-Bas


Om 22:00 ga ik – stanco morte – naar bed.

François staat elke morgen om 5:00 op om te vertalen. Als ik naar de WC moet is hij al aan het werk. Ik kan niet meer slapen en pak mijn spullen. Neem afscheid van Beatrice.
François brengt me via het Olympisch Museum en Park naar de oever.

Daar zit ik nu  met een stuk brood en kop thee.


Vertelling 31 vrijdag 24 april

Christoffel in tijden van Corona

Een tegenpelgrimage van Rome naar Amsterdam

door Niko Koers

 

Met de aanloop had Sint Christoffel niets te maken, zo leek het. De voettocht van Amsterdam naar Rome hadden we eerder al gemaakt, gedurende vijftien jaar in 125 etappes. In één keer teruglopen, nu we de tijd hadden, dat was het stappenplan, een tegenpelgrimage. Alles was in gereedheid, de credenziali, de kunde digitaal te navigeren, vooral door de geweldige Via Francigena app, de eerste gereserveerde overnachtingen in Rome en in La Storta. De trein die ons in één dag van Amsterdam naar Rome brengt was geboekt voor 2 maart 2020. We hadden vijf maanden de tijd om terug te lopen.

Een week daarvoor werden delen van Noord-Italië tot oranje Coronagebied uitgeroepen. Het leek helemaal geen goed idee meer om in ons plan te volharden, in pelgrimonderkomens te slapen samen met reizigers die daar net vandaan kwamen en zelf dwars door die oranje zone te gaan, ook al was dat nog zo’n twee maanden verder. We boekten onze reis om. Roma werd vervangen door Ronda in Zuid-Spanje/Andalusië. Hier nam Sint Christoffel onze bescherming van Sint Franciscus over. Onze overbuurvrouw bracht namelijk daags voor vertrek een hangertje met Christoffels beeltenis, hij zou ons als reiziger beschermen en ons behoeden voor besmettelijke ziekten.

Cortijo de las Monjas (vertaling: Boerderij van de nonnen), Periana, Andalusië, 13 maart 2020. Let op de mondkapjes.

Twee wandeldagen noordwaarts vanaf Ronda verplichtte een eerdere kwaal ons om zeven dagen in de buurt van ziekenhuizen te blijven. Na vier dagen vonden we het mooi en de eerste hulp in de volgende stad Antequera gaf ons groen licht om verder te gaan. De dag daarop brak de Coronacrisis in Spanje echt door waardoor de Urgencias ineens tjokvol waren. Eerste ingreep van Christoffel, dát heeft hij mij bespaard. Drie dagen later werd de lock down voor Spanje aangekondigd en per direct voor heel Andalusië op die vrijdag de dertiende. Wij bevonden ons op de meest idyllische plek bij de liefste familie. We hadden er een appartement in de B&B op hun olijvenboerderij, wij konden voor onszelf zorgen en naar buiten door de velden dwalen, zolang we het asfalt en de dorpen maar vermeden. Tweede ingreep van Christoffel.

Op dinsdag werd door de Spaanse journaals wel duidelijk dat dit verblijf niet beperkt zou blijven tot de afgekondigde veertien dagen. Er was geen enkel perspectief en we boekten de eerst mogelijke directe vlucht terug naar Amsterdam, de laatste twee stoelen. Derde ingreep. Die vlucht was pas op zaterdag, vier dagen later. Wat er allemaal nog mis kon gaan… Vierde ingreep van Christoffel: er ging niets mis. Zaterdag om 19:10 uur landden wij met onze mondkapjes voor op Schiphol. Het bleek de laatste reguliere vlucht uit Malaga te zijn geweest. Vijfde ingreep dus.

Einde reisverhaal, vijf maanden geperst in drie weken, met vijf maandenvol belevenissen. Zij het dat de echtgenoot van onze Christoffel-overbuurvrouw in de week na onze terugkomst een hartboezemdefibrilatie moest ondergaan. In deze Coronatijd in een ziekenhuis, Christoffel! De buurman kwam er glanzend weer vandaan, met Christoffels beeltenis in zijn broekzak. En hij raadde zijn buurman, met dezelfde kwaal, aan ook te gaan; maandag was er nog een plekje beschikbaar, had hij al gevraagd aan zijn cardioloog. Zevende ingreep van Christoffel: ook die buurman werkt weer opgewekt in zijn tuin. Niet in Ispahaan, zoals de dichter Van Eyck schreef, maar in landelijk Amsterdam/Osdorp. Votief!