NB 48 Buon Cammino

    Verlofdagen in Europa: klik hier


    Buienradar Europa: klik hier

    Aardbevingen Italië: klik hier

    Toestand bergpassen: klik hier

    Wind, Sneeuw, ...: klik hier

    Advies onweer: klik hier


     

    NB 48 Buon Cammino

    door Arnold Spijker

     Van maart tot mei 2014 liep Arnold Spijker de Via di San Francesco.

    In dit verhaal beschrijft hij de etappe van Pietralunga naar Gubbio.

    Wat een ellende. We moeten er doorheen: een stuk van het pad is in een rivier veranderd. Onze schoenen zuigen zich vast in het water dat in grote diepe plassen op het pad ligt. De restanten van de hevige regen van gisteren. Waarom doet een mens dit, vragen we ons wel eens vertwijfeld af.

     

    Vandaag struinen we een etappe van ongeveer 26 km over hobbelige keien en muilezelpaden. Het begint met een steile klim van 500 meter. Daarna wordt de klim geleidelijker en plotseling afgewisseld met afdalingen. We moeten nu erg alert zijn op de aanwijzingen. Hier en daar zijn deze geschilderd op een groep stenen, waar je snel overheen kijkt. Wat een aangename stilte en rust hier in het eerste deel van de bergvalleien. We komen langs de abdij van San Benedetto. Opnieuw klimmen en dalen om de vlakte van Gubbio te bereiken. Deze stad zelf is trots gebouwd op de hellingen van Monte Ingino.

    Na weer een pittige klimpartij passeren we een agriturismo (herberg) die open blijkt voor een kop koffie. Heerlijk zo’n plotselinge onderbreking, even proberen bij te komen van de plassen en de klim. Eigenlijk willen we maar één ding: heerlijk blijven zitten. Helaas, we moeten weer verder. We lopen door bossen en open weiden, die een prachtig uitzicht bieden op de omliggende heuvels.

    Snelle ‘medepelgrimmer’
    Het tweede deel van de tocht gaat helemaal door de vallei tot Gubbio. Het landschap verandert: de stille bossen laten ruimte voor gecultiveerde velden en dorpen, met hun oranje huisjes prachtig tegen de hellingen gelegen. Het pad is nu bezaaid met kluizen, abdijen en kleine plaatsjes.

    We zijn aangenaam verrast als we onze eerste ‘medepelgrimmer’  ontmoeten. Tot nu is het erg rustig op dit deel van de tocht. We raken in gesprek; zoiets gebeurt heel gemakkelijk tijdens een pelgrimage. De mensen lijken wel opener naar elkaar. De man blijkt een Duitser. Hij heeft een nacht in een simpele rifugio achter de rug. Het was afzien, vertelt hij. Hij sliep er weliswaar in z’n eentje, maar er was nauwelijks iets van warm water.  Dan is het hopen op iets beters voor de volgende nacht.
    Het is een snelle wandelaar. Al snel loopt hij een eind voor ons uit. Een stukje verder wacht hij even op ons en wijst naar twee zwarte grote wilde zwijnen met kleintjes. Ze zijn uniek, wat leuk ze nu ook echt te zien. Geweldig, dat hij de moeite nam ze ons te wijzen.
    Als hij verder gaat wenst hij ons een buon cammino. Een gebruikelijke pelgrimsgroet, die we nu trouwens voor het eerst horen op onze pelgrimage. Het blijft erg stil en rustig. We lijken uren bijna alleen te lopen en komen verder niemand tegen.

    Gubbio

    Tegen de tijd dat we Gubbio naderen wordt het drukker. De aankomst in Gubbio eindigt voor de kerk van San Francesco, waar een standbeeld staat dat Francesco en de wolf voorstelt, ter herinnering aan het wonder van het woeste beest dat, volgens overlevering, door de heilige werd getemd.

    Er zijn verschillende theorieën over de komst van de toekomstige heilige in Gubbio: het is mogelijk dat Franciscus het koos vanwege de aanwezigheid van vele ziekenhuizen, hospices en gastvrije plaatsen voor de armsten. Het ziekenhuis waar Francesco melaatsen behandelt, is dat van San Lazzaro, een paar honderd meter van de kerk van Vittorina, die samen met de kerken San Francesco en San Francesco della Pace een van de meest suggestieve en geliefde plaatsen van het Franciscanisme zijn.

    Gubbio is een levendige stad met kleine winkeltjes, nauw verbonden met het leven van St. Franciscus, die hier als bedelaar kwam. In deze stad vond hij onderdak dankzij zijn vriend de textielhandelaar Spadalunga, die hem niet alleen een slaapplaats gaf, maar ook kleding om zichzelf te kleden. De kerk en het klooster van St. Franciscus zijn gebouwd op de plaats van het huis van Spadalunga.

    In dit plaatsje stoppen we voor de overnachting.