NB50 Een snelle reis door 49 nieuwsbrieven

Een selectie door Luc Gregoir

Een volledig overzicht geven van de vele verhalen, goede raad, verwijzingen naar boeken en voorstellingen, inspiratie, … neergeschreven door mensen die zelf het pelgrimspad op gingen? Het is een haast onmogelijk opdracht. Hieronder een korte selectie en een uitnodiging op zoek te gaan naar de informatie die jou op weg hielp of doet terugdromen van een onvergetelijk avontuur.

//pelgrimswegen.nl/vereniging/publicaties/nieuwsbrieven/

Zie ook de verzameling van alle gedichten uit de Nieuwsbrieven.

Nieuwsbrief 10 Februari 2011

Drie hoofdwandelroutes bijgewerkt! Op pelgrimswegen.nl zijn de drie veel gebruikte routes, gegroepeerd naar de bergpas waar men de Alpen oversteekt: de Grote St. Bernhardpas, de St.

Gotthardpas en de Reschenpas, bijgewerkt mét een actuele nieuwe kaart!

De Grote St. Bernhardpas (2469 m) ligt in het westen van Zwitserland op de grens met Italië. Kies je voor deze pas dan gaat je pad tot de Alpen door België en Frankrijk, met keuze uit twee aanlooproutes. Eén route via de Grote St. Bernhard, de Via Francigena, wordt apart besproken omdat hij een bijzondere plaats inneemt onder de wandelroutes naar Rome. De pas is normaliter vanaf begin juni te belopen. Na de pas is er één vervolgroute over de Povlakte. Daarna heb je in de Apennijnen weer keus uit twee routes.

De St. Gotthardpas (2108 m) ligt in centraal Zwitserland en verbindt de Duitstalige kantons met het Italiaanstalige kanton Ticino. Je kunt zowel via Frankrijk als Duitsland naar deze pas lopen. Ook deze pas kun je meestal niet voor juni over en ook hier is er één vervolgroute over de Povlakte. Daarna kun je in de Apennijnen kiezen tussen twee routes (dezelfde als na de St. Bernhard).

De Reschenpas (1504 m) tenslotte ligt in het westen van Oostenrijk, net voor de grens met Italië. Kies je voor deze pas dan zijn er twee voor de hand liggende routes door Duitsland en Oostenrijk. Door zijn geringe hoogte is de Reschenpas normaal gesproken begin mei al te belopen. Na de pas is er één vervolgroute. Halverwege de Apennijnen komt die uit op de Franciscaanse Voetreis, een van de mogelijkheden die besproken worden.

Nieuwsbrief 20 Augustus 2013

EEN WANDELAAR OP DE FIETSROUTE NAAR ROME door Ruud Bruggeman

Als je niet door Frankrijk maar door Duitsland naar Rome wilt lopen, dan is er niet zo´n mooie beschreven wandelroute als die van Ben Teunissen. Als je gaat zoeken naar een route door Duitsland kom je al gauw uit bij de fietsroute van Hans Reitsma naar Rome. Maar is het voor een wandelaar leuk en bevredigend om een fietsroute te gaan lopen? Ik ben het gaan uitproberen. Niet, dat ik naar Rome wilde gaan lopen, dat had ik eerder samen met mijn vrouw Gerda al gedaan via de GR5 en de Via Francigena. Ik loop deze zomer naar een andere pelgrimsplaats, Medjugorje in Bosnie-Herzegovina, en tot Bregenz aan de Bodensee kon ik daarvoor mooi de fietsroute van Hans Reitsma volgen. Maar werkt dat ook voor een wandelaar? Eén voordeel is alvast, dat je je niet zo hoeft in te spannen als over de GR5 in de Vogezen en de Jura: fietsers willen kennelijk zo vlak mogelijke wegen, en die heeft Hans nauwgezet uitgezocht, in combinatie met mooie landschappen. Voor mij begon dat bij Gennep tot Roermond langs de Maas, over kleine weggetjes en intieme voetveertjes heen en weer over de Maas. In de kou en de stromende regen van begin mei, dat wel, maar daar kon Hans niets aan doen. Daarna langs de Roer Duitsland in, kleine fietspaadjes langs de eerst stille, maar langzamerhand steeds woester wordende rivier, mooi tussen de bloeiende koolzaadakkers door: grote felgele vlekken in het voorjaarsgroene land. Het stuk langs de Rijn tussen Remagen en Bingen had ik met Gerda al eens eerder gelopen, en wist dus dat het daar prettig lopen was, en prachtig: het spectaculairste stuk van de Rijn, UNESCO-werelderfgoed (al blijf ik het gek vinden, een bepaald landschap tot werelderfgoed uit te roepen: elk landschap is toch zeker ons werelderfgoed, dit terzijde). Wandelaars naar Rome zie je niet op deze route. Als ik word ingehaald door er Nederlandsachtig uitziende fietsers, roep ik ze na: ´zeker onderweg naar Rome?´, wat dan altijd klopt, en vaak tot leuke gesprekjes leidt. En het zijn er veel! De eigenaar van de camping in Tübingen zei me: ´per jaar komen hier toch zeker duizend tot tweeduizend Nederlandse fietsers langs met de Reitsmaroute! En ook andere campings en pensions bleken heel blij met de klandizie. Want Hans heeft een uitgebreide en nauwkeurige lijst met onderkomens opgenomen, waar dankbaar gebruik van te maken is. Dus de route is wat dat betreft zeker een succes. Maar we overlopen / overrijden elkaar niet onderweg, soms dagen geen fietsers, dus ook wel weer rustig voor een wandelaar. Na Bingen steekt de route dwars door naar Worms. Het is allemaal wel echt op fietsers ingesteld. Ik liep er met een rugzak die kapot was gegaan, en dat liep niet lekker. En dan tref ik langs de route in the middle of nowhere midden in het land een doe-het-zelf-fietsenreparatiewerkplaats aan (FOTO), met allerlei werktuigen aan kettingen waarmee de fietser naar hartelust kan sleutelen. Heel leuk, als er net wat mankeert aan je fiets. Maar zelf zou ik dus meer gehad hebben aan een doe-het-zelf-rugzakreparatiewerkplaats! Maar dat zit er dus op deze route echt niet in. Ik noemde het al, de eerste vier weken liep ik in beestenweer, alsmaar regen en kou, wat in Zuid-Oost Duitsland en Tsjechie toen tot dramatische overstromingen leidde. Op mijn stuk route viel dat wel mee, al liepen er ook in het Rijngebied heel wat fietspaden diep onder water (FOTO), wat nogal eens tot omrijden, resp. omlopen noopte. En in Bingen sliep ik op een camping, die die nacht onder water aan het lopen was en de volgende dag ontruimd werd. De route is ontworpen langs veel mooie oude steden en stadjes, zoals Bingen, Worms, Speyer, Tübingen, Sigmaringen, Bregenz en nog veel meer, voor een wandelaar even interessant als voor een fietser. Tenslotte is ook nog aardig voor de wandelaars onder ons, dat Hans voor drukke weggedeelten op een aantal plaatsen alternatieve routes aangeeft, die veel stiller maar ook veel steiler zijn en mooier. Dan komt de wandelaar weer eens extra aan zijn trekken, zoals over de Schwäbische Alp na Tübingen, en naar het hoogste alternatieve punt van de route, waar er plots een prachtig uitzicht verschijnt op de Bodensee. Genieten dus, juist ook voor de wandelaar. Zoals jullie lezen, mij is het prima bevallen. Dus: wandelaar, doe ook eens gek, neem ook eens een fietsroute! Nu is het wachten alleen nog op de omgekeerde oproep van een fietser, die ook eens een wandelroute is gaan uitproberen!

Nieuwsbrief 30 December 2015

 

De Via Claudia Augusta

Verslag van een ‘toeristische’ voettocht vanaf Füssen naar Verona

Door Guus Wesselink en Riet van Laake

 

Het aardige van de Via Claudia Augusta is, dat hij nergens begint en in het niets eindigt.

Het handige en informatieve route- en informatieboekje, dat wij bij Pied à Terre in Amsterdam kochten, vermeldt, dat de oorspronkelijk Romeinse weg van de Adriatische kust bij Venetië naar de Donau bij Augsburg – thans als trekkingroute- zowel aan het begin als aan het eind, nog niet af is. Dat betekent, dat we op het tracé van Landsberg am Lech naar het beoogde eindpunt Venetië zelf een startpunt kiezen. Het werd Füssen, op de grens van Duitsland en Oostenrijk. Het eindpunt laten we nog even open als we vertrekken. Uiteindelijk is het Verona geworden en een bijna 500 km lange wandeltocht.

De Via Claudia Augusta, kortweg VCA hierna, is een mooie wandel en fietsroute, maar beslist geen pelgrimsweg. Als je pelgrimeren beziet als het wandelen of fietsen door de natuur en cultuur, onderweg contemplerend over het leven, over jezelf, over je relatie(s) en over het geloof, dán is elke weg natuurlijk een pelgrimsroute. Zeker als je onderweg heilige plaatsen bezoekt. Maar als je graag naar een eindpunt wandelt waar een heilige op je wacht in een prachtige kathedraal, dan kom je met de VCA bedrogen uit: hij heeft meer het karakter van een toeristische wandelroute dan van een pelgrimsweg. Nochtans is de VCA onderdeel van het parcours naar Rome over de Reschenpas.

De overnachtingen die achterin het boekje staan zijn niet volledig en vooral duur. Gemiddeld waren wij tachtig euro per overnachting kwijt. Mét ontbijt dan nog wel, maar zónder avondeten. Het is dus zaak om zelf te zoeken in Airbnb, hotelsites, jeugdherbergen en wat dies meer zij. Kloosters zagen we onderweg toevallig soms ook; meestal als we al een overnachtingsadres hadden. Of ze pelgrims opnemen: we weten het niet. De bewegwijzering in Duitsland en Oostenrijk is perfect. Bij de Italiaanse grens houdt het op. De laatste 340 km is een kwestie van de beschrijving in het boekje volgen, GPS, kompas, vragen aan de bevolking en het volgen van de eigen neus. Fietsers hebben het eenvoudiger. Voor hen zijn er overal keurig bordjes zoals we ervaren als we een paar dagen het fietspad volgen.

Al met al hebben we een mooie tocht. Oostenrijk is prachtig: door de bossen over de Fernpass (1250 m) bij Reutte en dan door het schilderachtige Inntal via de Reschenpass (1500 m) de Alpen over. Vervolgens negen dagen lopen door ‘appelland’ in Süd-Tirol naar Trento. Men vertelt ons dat 40% van alle appels die in Europa worden verkocht uit dit gebied komen. Onze Betuwe kan er tienmaal in. We verdwalen zelfs een keer in de vele doolhoven van de appelplantages. In het mooie historische Trento besluiten we om níet linksaf te slaan naar Venetië. De paden worden steiler, het weer grimmiger en de routeaanduidingen en overnachtingsmogelijkheden zullen wel hetzelfde blijven: erg magertjes. We besluiten de 110 km naar Verona over het VCA -fietspad te lopen, dat we al vanaf de Reschenpass beneden ons langs de Adige door de vlakte zagen kronkelen. Advies: niet doen. Kies de bergen maar!

Nieuwsbrief 40 Februari 2018

Een reisblog schrijven, hoe doe je dat? door Arnoud Boerwinkel

“Vannacht heeft het geregend na een hele warme dag. We hadden besloten om vandaag een etappe van 2o km te lopen. Eerst brood gekocht voor onderweg en toen de eerste kilometers gelopen. Na ongeveer 1 uur begon het te regenen, eerst miezeren en daarna wat harder, we hadden toen een kilometer of vijf gelopen. In het eerste dorpje even koffie gedronken met een stuk appelgebak. Het was inmiddels droog en de zon scheen dus zijn we maar verder gegaan.” Dit is het soort reisverslag waarmee je je lezer binnen een minuut in slaap hebt gewiegd. Hij gelooft het wel en het volgende verslag wordt misschien nog plichtmatig open geklikt. Maar dan houdt de lezer het voor gezien en dwaalt zijn aandacht af naar spannende filmpjes op YouTube of naar de tot de verbeelding sprekende beursberichten en aandelen-koersen…

“Zingend van gelukzaligheid loop ik door de stromende regen. Ik voel het regenwater dat in bakken uit de hemel komt in kleine stroompjes langs mijn broekspijpen in mijn schoenen verdwijnen. Mijn voeten soppen in mijn doorweekte sokken, maar het deert me niet. Nee, mijn dag kan nu al niet meer stuk, want heb ik zojuist een geweldige ontmoeting gehad. Dat begon zo…”

Als je zo je verhaal begint kun je erop rekenen dat de lezer verder leest. Waarin zit hem het verschil?

  • Laat de chronologie los. Dat de dag begon met brood kopen en dat je een regenbui over je hoofd hebt gehad en vervolgens een kop koffie ergens hebt gedronken: allemaal niet interessant. Begin je verhaal met een pakkende inleiding, het hoogte-punt of het dieptepunt en vervolg met een scène die hieraan voorafging. Dit kan worden gevolgd door een middenstuk waarin wordt uitgeweid – en eventueel een slot waarin een conclusie wordt getrokken.
  • Schrijf niet elke dag een verhaal. Houd de spanning erin en beperk je tot één, hooguit twee maal per week.
  • Wees zelfkritisch en bedenk voor wie je schrijft. Houd er rekening mee, dat buiten jouw reis het leven gewoon doorgaat en dat mensen al heel veel mails krijgen. Vermijd daarom “en-toen-en-toen-verhalen”, maar beperk je tot de hoogte- en dieptepunten, de contrasten, de verwachtingen en eventuele teleurstellingen. Elke keer een thema helpt je te focussen: bijv. de bloemen op je tocht, de inhoud van je rugzak, de geluiden die je hoort, de bewegwijzering, de overnachtingen, wandelen vanuit de invalshoek van een paar voeten.
  • Houd tijdens de wandeling een opschrijfboekje bij de hand. Daarin kun je heel kort met steekwoorden indrukken opschrijven. Beperk je daarbij niet tot wat je ziet, maar ook tot wat je ruikt, hoort, voelt, proeft en ervaart. Dat hoeft maar heel kort te zijn. ’s Avonds kun je die aantekeningen nog wat aanvullen en summier uitwerken. In plaats van een opschrijfboekje kun je ook de spraak-memo-functie van je smartphone gebruiken.
  • Show; don’t tell, is een vuistregel voor elke schrijver. M.a.w. vertel niet dat je door een mooi landschap loopt, of een leuk gesprek hebt met een charmante bakkers-vrouw, maar laat zien waarom dat landschap of die vrouw of dat gesprek indruk op je maakt. Neem de tijd en de ruimte om in te zoomen op de details, zodat de lezer met je meeleeft en –voelt. Dialogen verlevendigen het verhaal.
  • Denk na over de openingszin waarmee je je lezer je verhaal in wilt trekken. Aarzel niet met de deur in huis te vallen, bijvoorbeeld met een dialoog, een raadselachtige sfeer, een paradox of een beeldende situatie. Maar ook een waardige afronding verdient enige aandacht. Het leest prettig als je aan het einde tot een bevredigende conclusie komt, weer teruggrijpt naar het begin of de lezer weer in de wereld terugbrengt naar het nu. Dat doet je lezer verlangen naar het vervolg van je tocht. En dat stimuleert jou na te denken over de volgende openingszin…
  • Zorg voor een pakkende titel en voeg kopjes en sub-kopjes toe.
  • Vermijd een verhaal met alleen hoogtepunten. Noem ook de dieptepunten en aarzel niet contrasten daartussen te beschrijven, desnoods enigszins aan te scherpen.
  • Schrijf associatief: ga ook in op de herinneringen die bepaalde beelden of ervaringen bij je oproepen. Dat geeft je verhaal profiel.
  • Probeer je verhaal verder beeldend te maken door het gebruik van metaforen en vergelijkingen. Jan Brokken beschrijft (in “De wil en de weg”) een grijze hemel als ‘zeven tinten grijs, geschilderd door een manisch-depressieve God’, maar waarschuwt tevens voor overdadig gebruik van beeldspraak. ‘Je moet beelden alleen gebruiken wanneer ze een dramatische kracht hebben’.
  • Houd het kort. Schrijf in korte zinnen, gebruik actieve werkwoordsvorm, vermijd formeel taalgebruik en een overdaad aan bijvoeglijke naamwoorden.
  • Denk tijdens de wandeling na over wat je wilt schrijven. Welke gedachtes, twijfels en ideeën komen er bij je op terwijl je voeten en benen het zware werk doen? Noteer die tijdens je pauze in korte zinnen of steekwoorden in je opschrijfboekje.
  • Zoom in op details. Een bijzonder gesprek gevoerd met een kleurrijke localo? Een grappig misverstand of miscommunicatie door taalverschil? Of een smakeloze maaltijd gegeten? Beschrijf in details de dialogen, de sfeer, de omgeving, de geuren. Tot slot: lees je verhaal nog eens goed door voordat je het uploadt: corrigeer spel- en stijlfouten en verwijder overbodige lappen tekst en vanzelfsprekendheden.