Verlofdagen in Europa: klik hier


Buienradar Europa: klik hier

Aardbevingen Italië: klik hier

Toestand bergpassen: klik hier

Wind, Sneeuw, ...: klik hier

Advies onweer: klik hier


 

NB48 Je brein als GPS systeem

door Titia Meuwese

 Wandelen met uitzicht op de verte vind ik altijd mooier dan in een dicht bos. In de verte een heuvel, een berg, de zee, een kerk. Onze hersenen speuren het landschap af en zoeken een weg naar dat punt in de verte. Nu we onze weg via de GPS op de telefoon zo makkelijk kunnen volgen, is het niet meer noodzakelijk dat we het landschap zelf lezen, maar we kunnen het wel. In dit artikel gaat het over lopen door een landschap. Het is deels gebaseerd op het boek In praise of walking van Shane O’Mara

Wij zijn van nature wandelaars, uit Afrika gelopen en tot voor een paar duizend jaar geleden zonder vaste woonplaats. In ons hoofd zit nog de aanleg om in een landschap onze weg te vinden. In het boek van O’Mara wordt duidelijk dat onze hersenen daar op ingericht zijn: we hebben onder andere hersencellen om onze loopsnelheid te bepalen, we kunnen in het donker nog vrij goed rechtuit lopen, kunnen in een enigszins bekende stad op intuïtie een route tussen twee punten lopen. In feite hebben we zelf een GPS systeem, zoals vastgesteld door onderzoekers die daar in 2014 de Nobelprijs voor kregen. En we hebben een sterk geheugen voor wegen die we eenmaal gelopen hebben.

Een test die je kunt doen om dit geheugen te ervaren is om zonder kaart een route van tien tot twintig kilometer die je ooit eerder hebt gelopen opnieuw te lopen. Probeer je eerst de route als geheel voor de geest te halen: dat is best lastig. Maar als je op het beginpunt bent, kun je de eerste weg inslaan en als je na drie bochten en het beklimmen van de eerste helling een splitsing ziet, heb je in je geheugen opgeslagen of je daar links of rechts moet. Tenzij het bos is gekapt of er een nieuwe snelweg aangelegd is, dan werkt die geheugenfunctie niet meer. De Nederlandse staatsbossen of nieuwbouwwijken zijn niet makkelijk, want die zijn te eenvormig, zodat je hersens geen unieke kenmerken kunnen opslaan. Het wil ook niet goed als je de weg in het verleden druk pratend in een groep aflegde, je moet destijds wel betrokken zijn geweest bij de oriëntatie tijdens de wandeling. Maar dan werkt het verrassend goed. (Neem kaart of telefoon wel mee, voor de momenten waarop je de weg bent vergeten).

Gyroscopen in ons hoofd

Hetzelfde landschap als satellietfoto

Anders is het om in een onbekend landschap je weg te vinden. Oorspronkelijk om levensnoodzakelijke dingen te vinden: een schuilplaats, water, droog hout, vruchtbare plekken waar veel dieren zijn en eetbare planten. Plekken om een paar dagen of weken te blijven, niet te ver van water, maar niet zo laag dat het kan overstromen, gunstig ten opzichte van de overheersende wind, met uitzicht op plekken waar wild is. Als we wandelend een bos uitkomen of een pas bereiken speuren we het nieuwe uitzicht af en hebben een oordeel over de beloopbaarheid, de risico’s en goede wegen. En in ons hoofd zitten meerdere gyroscopen om ons in balans te houden en te corrigeren voor uitglijden en struikelen. Onze hersens hebben ook nog een aparte waarschuwingsfunctie voor het lopen langs steile bergwanden en afgronden. Dus we lopen goed uitgerust het landschap in, tegenwoordig bijna altijd langs een pad naar het punt waar we eerst naar toe willen, een brug, een dorp, een picknickplek. Verbazingwekkend hoe zo’n punt dat eerst heel ver weg is langzaam dichterbij schuift, je bereikt het en dan is het opeens al ver weer achter je. Ook daar zijn onze hersens op toegerust: we overschatten de afstand en we onderschatten de tijd die nodig is om het punt te bereiken. Heel gelukkig, net als je denkt dat je toch al weer langer loopt dan je verwachtte, kijk je en is het eindpunt toch al dichtbij. En dan ben je er al voorbij en lonkt het volgende punt.

Hetzelfde landschap op de kaart

Nu dat we al die kaarten hebben, kunnen we het landschap van tevoren lezen. Pak de kaart, of open de tablet en kijk naar je route van morgen. De hoogtelijnen geven aan waar het gestaag omhoog gaat of steil naar beneden. Het dorp ligt aan de doorwaadbare plek, bij de bron, bij de akkers. De stadjes kwamen vaak uit de dorpen voort, in Toscane en Aquitanië werden ze daarentegen in de riddertijd als forten boven op een berg aangelegd. De kerk ligt meestal op een goed zichtbaar punt: net op een verhoging of zelfs boven op een pas. Het bos is bewaard gebleven op plekken waar toch geen akkers konden worden aangelegd omdat het te steil was, de weiden liggen langs de drassige oever of boven op de berg. Op de berg is het te droog en te koud voor akkerbouw, daar zijn de pelouses sèches en de almen. Zo kun je de kaart lezen en je het landschap voorstellen. Als je er de dag erna doorloopt is het de ene keer zoals je je al voorgesteld had en de andere keer is het dan toch weer compleet anders: je had je niet gerealiseerd dat de snelweg zo’n herrie zou maken net onder je, op de weide staan oogverblindend mooie bloemen, een hoge berg in de verte domineert de ruimte waar je in bent.

Maar altijd is er het uitzicht, je bent in het landschap en achteraf is het landschap in jou.