Verlofdagen in Europa: klik hier


Buienradar Europa: klik hier

Aardbevingen Italië: klik hier

Toestand bergpassen: klik hier

Wind, Sneeuw, ...: klik hier

Advies onweer: klik hier


 

NB50 “Gewoon maar zien hoever ik kom…”

door Noëlle Dav

In 2019 liep Noëlle Dav in vier weken zevenhonderd kilometer door Nederland, achtereenvolgens over het Naoberpad, langs de Maas naar Den Bosch en vandaar via het Pelgrimspad naar Oirschot, haar woonplaats. In mei dit jaar vervolgde ze haar tocht: via Assisi naar Rome, ruim 2700 kilometer in 125 dagen. Op Facebook hield ze haar volgers op de hoogte van haar ervaringen.

Half mei 2020 zou ik thuis vertrekken, maar dat werd door Corona wat later. Van uitstel kwam geen afstel. Zodra ik kon gaan ben ik vertrokken. Gewoon maar zien hoever ik kwam.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  • Oirschot – Maastricht: Pelgrimspad/ Jacobsweg/ eigen stukken/ Pieterpad.
  • Maastricht – Pontarlier: GR5, door Wallonië, Luxemburg, de Vogezen en Jura.
  • Pontarlier – Lucca: Via Francigena, meestal niet de route van Ben Teunissen, maar de wat langere versie, of varianten.
  • Lucca – Florence: Eigen route via Vinci, hier en daar erg slecht begaanbaar/ niet te doen.
  • Florence – Assisi – Rome: Franciscaanse voetreis.

Ik heb meestal gekampeerd. Later werd het steeds meer binnen slapen, ook omdat campings in oktober gesloten waren.

Totaal heb ik vanaf Oirschot ruim 2700 km gelopen, in 125 dagen.

 

De oversteek van de Grote Sint-Bernhard in de sneeuw

Ongeveer een week voordat ik op het hoogste punt van mijn wandeltocht zou komen werd duidelijk dat er veel regen aan zou komen. Echt veel! Na lang dubben besloot ik te vertragen, zodat het hoogtepunt niet letterlijk in het water zou vallen. In Orsières had ik een fijne plek in Hotel Terminus, waar ik wachtte tot de regen van de 30ste augustus gevallen zou zijn en ik de 31ste op pad kon, de pas op. Dat was mijn planning, maar geheel onverwacht werd het geen regen, maar sneeuw. Zeer vroeg in het jaar! Het werd twijfelachtig of ik via het wandelpaadje naar boven, naar het Hospice kon lopen. De langere autoweg was inmiddels weer open, dus over die weg kon ik er sowieso komen. Die ochtend ben ik alleen op pad gegaan. Hoewel vanaf 2200 meter het pad wel steeds onzichtbaarder werd, heb ik het helemaal naar boven kunnen volgen. Een paar glibberige besneeuwde bruggetjes waren heftig, met de grote rugzak op. Boven kwam het zonnetje erbij. Het werd een fantastisch hoogste punt in een verstilde witte wereld!

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De oversteek van de PO, met de nieuwe boot

Een paar dagen voordat ik de Po over zou gaan steken kwam ik Andrew en Maria weer tegen. Ik had dit Engels / Italiaanse paar, dat in Canterbury gestart was, aan het Meer van Geneve ontmoet en we kampeerden daarna een paar keer op dezelfde plekken. Ze waren daarna sneller dan ik (en hebben de Grote Sint-Bernhard in de stromende regen overwonnen). Maar in Italië deden ze het rustig aan. Toen ik ze weer tegenkwam bij Pavia spraken we een datum en tijdstip af waarop we samen de boottocht over de Po gingen maken. En dat lukte. Op 14 september hadden we Danillo ‘besteld om 11.00 uur’. Danillo was mooi op tijd met zijn nieuwe boot. Deze snelle boot was gehuurd, omdat Danillo’s eigen boot begin van het jaar is gestolen en daarna tot zinken gebracht. Omdat Maria in het Italiaans met hem kon praten werd het een super overtocht. Wij genoten, maar Danillo nog meer. We gingen in zijn tuin op de foto, met Danillo in het midden, zijn armen om Maria en mij heen. De corona regels werden niet helemaal in acht genomen. De grote stempel in ons paspoort en alle gegevens in het grote boek, waarin iedereen vanaf zijn eerste overtocht is opgenomen. Met een goed gevoel wandelden we een dikke twee uur later de hete Povlakte in.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De Franciscusweg waar het pad glibberig was

Begin oktober werd het duidelijk herfst. De bladeren verkleurden en het werd koeler en regenachtiger. In de dagen voordat ik Pietralunga bereikte regende het ’s nachts steeds flink. Overdag was het droog, maar de paden waren regelmatig hopeloos. Gelukkig loop ik altijd met stokken, waardoor het wegglijden meevalt. Af en toe was het zo glad én stijl dat naar boven en naar beneden gaan meer roetsjen was dan wat anders. Ik kwam twee Fransen tegen, van wie de een het helemaal gehad had en op een boomstronk langs de kant zat uit te puffen. Uitgevloerd, onder de modder en geheel bezweet van alle inspanning. We zagen er alle drie nogal bevlekt uit, trouwens!

Ik zag dat op dit stuk van de Franciscusweg ook paarden hadden gelopen. Ook die hadden flinke moeite gehad en waren uitgegleden. Gelukkig zag ik de paarden met hun ruiters en drie honden een dag later, zonder blessures verder richting Assisi trekken.

Ook een aantal beekjes waren riviertjes geworden en het was een sport om ze over te komen zonder volgelopen schoenen. Met kunst en vliegwerk is het me steeds gelukt. Ook hier zijn mijn stokken een uitkomst.