De wandelschoenen zijn het belangrijke onderdeel van de uitrusting voor een pelgrim die te voet gaat. Laat je vooraf dus goed adviseren in een speciaalzaak over welke schoenen voor jou geschikt zijn.

Hoe vind je de juiste?

Wandelschoenen worden onderverdeeld in de categorieën A, B, C en D. Schoenen uit de categorie A zijn zeer soepel, buigzaam en licht en zijn daardoor geschikt voor reizen, wandelen en in het dagelijkse leven. Schoenen uit de categorie B bieden een goede ondersteuning en hebben een zoolconstructie speciaal voor langere wandelingen en lichte trekking tochten. Schoenen uit de categorie C zijn zeer geschikt voor lange tochten met veel bepakking in onherbergzaam terrein. De D-categorie staat voor honderd procent bergschoenen voor veeleisende tochten.

In goede wandelschoenen moet je jouw voet kunnen afwikkelen en moeten je voeten droog blijven. De schoenzool moet dus kunnen buigen en de schoenen moeten waterdicht zijn. Verder moet de zool profiel hebben, zodat je niet gauw uitglijdt. Hoe zwaarder je rugzak en hoe ruiger je pad, hoe zwaarder je schoen moet zijn. Bij een rugzak gewicht van ca. tien kilo combineren bergwandelschoenen van het type BC een redelijk comfort op asfalt met een goede bescherming op bergpaden.

Afhankelijk van lichaamsgewicht én het terrein waar je doorheen gaat zou een schoen in de categorie B of B/C geschikt moeten zijn. 

Te groot of te klein?

Als je (lang) loopt worden je voeten warm en zetten ze uit. Goede wandelschoenen koop je dan ook vaak een maat groter dan je normale schoenen. Ga bij het passen van de schoenen eerst een rondje lopen om de juiste maat te kiezen. Te kleine schoenen leiden al snel tot blaren of voetproblemen. In een goede buitensportzaak is het mogelijk met de schoenen ook omhoog en omlaag te lopen. Let op dat je tenen hierbij niet tegen de voorkant aan komen.

Het loont ook om de binnenzool van een schoen te vervangen door eentje die is afgestemd op jouw voet en wandel doel. Een binnenzool kan een schoen veel beter laten aansluiten op je voet en extra steun bieden. Informeer hiernaar bij de speciaalzaak.

Kies de juiste sokken 

Er zijn net zoveel adviezen als er voeten zijn! Maar verstandige adviezen moet je nooit uit de weg gaan! De combinatie ondersok én wandelsok voorkomt blaren.

  • een dunne thermo ondersok van Bridgedale of Falke; het vocht wordt van jouw voeten afgevoerd en je voeten blijven droog;
  • een medium dikke wandelsok, bijvoorbeeld de TK2 van Falke. Maar ook sokken van Xenos of Decathlon leveren goede ervaringen op!

Wissel dagelijks van sokken, maar was ze niet elke dag. Dan worden ze namelijk hard. Een keer per drie dagen wassen is genoeg. Het zijn toch jouw eigen voeten. Dikke, naadloze sokken, liefst in combinatie met dunne nylon onder sokken, verkleinen de kans op blaren.

Voor een tocht naar Rome (ongeveer 2.300 km) gebruik je gemiddeld drie paar wandelsokken in combinatie met twee paar ondersokken.

Dat is voldoende als je om de paar dagen van sokken wisselt. Bij aankomst in Rome zijn de sokken dan wel versleten.

Gamaschen

Als je nog wat ruimte in je rugzak hebt, kan een paar gamaschen handig zijn. Gamaschen zijn een soort ‘laarzen’ die tot je knieën komen en over je schoenen heen vallen. Gamaschen voorkomen dat regenwater van je benen in je schoenen loopt. Ook in hoog nat gras houden zij je benen droog.

En dan nog dit…

Als voetreiziger raak je op een bijzondere wijze verknocht aan je schoenen. Het heeft moeite genoeg gekost ze in te lopen. En na verloop van zoveel honderden kilometers heb je het gevoel dat je erin woont. Je koestert ze als een verlengstuk van jezelf”, aldus Herman Post in zijn reisverslag Te voet naar Rome!

Ode aan mijn schoenen heet het hoofdstuk waarin hij dit beschrijft. Drie keer onderweg moet hij naar de schoenmaker. De laatste keer in Florence. “…hij (de beste schoenmaker van Florence) had er een paar spijkers ingeslagen, verklaarde hij trots. Zo waren ze sterker. Op mijn hotelkamer ontdekte ik dat hij de spijkers dwars door de binnenzool had gedreven. Aan de binnenkant had hij ze plat geslagen. Het is een wonder dat ik de rest van mijn tocht niet als een fakir op een spijkerbed heb moeten rondspringen. Dan was het nog een echte boetetocht geworden…“.

In de reisverslagen lezen we dat pelgrims vaker problemen met schoenen hebben. Of de zolen zijn versleten en ze worden niet goed gerepareerd òf men heeft nieuwe schoenen gekocht, ze goed ingelopen en toch krijgt men na verloop van tijd blaren. Jan Blokker jr. en Cor van Kuijvenhoven lieten beiden hun oude schoenen weer opsturen om daarop hun tocht te kunnen vervolgen.
Pieter Quelle heeft zijn schoenen voor de tocht laten verzolen door Cambreur, een schoenmaker gespecialiseerd in wandelschoenen. Tot volle tevredenheid.