San Paolo fuori le Mura

De vermoedelijk in 324 gewijde Sint-Paulus Basiliek bleek al snel te klein voor de grote toestroom van pelgrims. De eind vierde eeuw uitgebreide basiliek was destijds de grootste en mooiste van de vier patriarchale basilieken.

In de achtste eeuw werd het heiligdom verwoest door de Longobarden; een eeuw later door de Saracenen. Beide keren werd het kerkgebouw direct weer hersteld.

In 1823 ging de basiliek grotendeels in vlammen op door de nonchalance van bouwvakkers die op het dak bezig waren met hete teer. Bij de herbouw bleef het oorspronkelijke grondplan behouden, maar het transept en de apsis ondergingen radicale veranderingen.

Interieur

Rechts van de hoofdingang is de Heilige Deur die de brand overleefde. Hij werd in de elfde eeuw in Constantinopel vervaardigd. Het interieur, dat uit vijf schepen bestaat, bezit de grandeur van vroegchristelijke basilieken. De dubbele rijen zuilen zijn uit een stuk graniet gehouwen.

Op de muren van het middenschip staan de portretten van alle pausen. Een Romeinse legende wil dat de wereld zal vergaan als er geen plaats meer is voor nieuwe portretten. Als dat zo is hebben we nog zeven pausen te gaan.

Rond het altaar bleven een aantal kunstschatten behouden, zoals de triomfboog uit de vijfde eeuw. Ook het gotische baldakijn boven het altaar en de mozaïeken in de apsis uit de dertiende eeuw bleven bewaard. Heel bijzonder is de enorme paaskandelaar, die volledig met beeldhouwwerk versierd is.

Via het rechter transept bereik je de kloosterhof, met schitterend cosmatenwerk, vergelijkbaar met dat bij de Sint Jan van Lateranen.